
Keti Koti
12 juli 2023 om 07:43 Opinie RaadspraatOp 1 juli was ik in Amsterdam voor de viering van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Ik nam deel aan het Keti Koti-ontbijt in de Muiderkerk. Mensen met een grote diversiteit aan achtergronden zaten met elkaar aan tafel. Er was een Surinaams koor. Verhalen werden verteld over de slavernij. Miljoenen mensen in Afrika zijn in periode van 300 jaar, losgemaakt van familie, omgeving en religie. Ze zijn van hun naam en identiteit beroofd. Mensen werden versleept als handelswaar, door onder andere de Nederlandse West-Indische Compagnie (WIC), van de ene naar de andere kant van de wereld. Velen kwamen al te overlijden door de erbarmelijke omstandigheden op de schepen nog voordat ze aankwamen. De mensen die het overleefden werden verkocht aan plantagehouders en aan het werk gezet. Werk dat zwaar en gevaarlijk was. Onderhevig aan mishandeling, seksueel misbruikt en beroofd van alle mensenrechten. Met de nazaten van die mensen zat ik in de Muiderkerk aan tafel.
Na de kerk door naar het Museumplein. Daar bekeek ik samen met duizenden anderen via een straalverbinding de toespraak van Koning Willem-Alexander in het Oosterpark. ‘Vandaag sta ik hier voor u. Als uw Koning en als deel van de regering maak ik vandaag deze excuses zelf. Ze worden door mij met hart en ziel intens beleefd. (…) Slavenhandel en slavernij worden erkend als een misdaad tegen de menselijkheid. (…) het slavernijsysteem illustreerde het onrecht van die wetten. De Tweede Wereldoorlog heeft ons geleerd dat je je niet tot het uiterste achter wetten kunt verschuilen wanneer medemensen tot beesten worden gereduceerd en aan de willekeur van machthebbers zijn overgeleverd. Op een gegeven moment groeit de morele plicht om op te treden. Maar voor het overduidelijke gebrek aan handelen tegen deze misdaad tegen de menselijkheid, vraag ik vandaag, op deze dag dat we samen het Nederlands slavernijverleden herdenken, vergiffenis.’
Koning Willem-Alexander riep ons op te werken aan een samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Respecteer dat er verschillen zijn. Laten we in het verlengde daarvan elkaar de hand reiken en samen bouwen aan een wereld zonder racisme, discriminatie en economische uitbuiting, zei hij. Voor mijzelf betekent dit werken aan publieke gerechtigheid (één van de uitgangspunten van het CDA) in de gemeenteraad van Houten voor onze samenleving.
Ten slotte. Op het gras van het Museumplein moest ik denken aan ds. Martin Luther King. Hij droomde nu bijna 60 jaar geleden dat de dag zal komen – die is er nog niet, daar moeten we hard aan werken en voor bidden - dat alle kinderen van God, zwarte mensen en blanke mensen, joden en niet-joden, protestanten en katholieken, de handen ineenslaan en de woorden zingen van de oude Negro spiritual: Free at last. Free at last. Thank God almighty, we are free at last.’
Cees de Heer, raadslid CDA-fractie Houten



















