Afbeelding
Pexels

Online gokken in Nederland na de legalisering: hoe de markt veranderde

24 september 2026 om 11:31 Zakelijk-nieuws-landelijk

Op 1 oktober 2021 ging de Nederlandse markt voor online kansspelen open. Wat daarvoor volledig verboden was, werd onder voorwaarden toegestaan. Inmiddels is er genoeg tijd verstreken om te kijken wat die omslag heeft opgeleverd, en waar de discussie sindsdien naartoe is geschoven.

De situatie voor 2021
Voor de wetswijziging bestond er geen legaal online aanbod in Nederland, terwijl er wel op grote schaal werd gespeeld. Nederlanders gingen naar buitenlandse sites die zich niets aantrokken van Nederlandse regels, buiten elk zicht van een toezichthouder.

Dat was precies het probleem dat de wetgever wilde oplossen. Een verbod dat niet handhaafbaar blijkt, levert geen bescherming op maar verplaatst de activiteit alleen naar plekken waar niemand meekijkt. Kanalisatie werd daarom het uitgangspunt: een legaal aanbod creëren dat aantrekkelijk genoeg is om spelers weg te houden bij de illegale markt.

Internationale overzichten zoals die van online-gambling.com plaatsen de Nederlandse aanpak naast die van andere landen, en laten zien dat Nederland relatief laat was maar met een van de striktere modellen kwam.

Wat er direct veranderde
Voor spelers betekende het dat ze voor het eerst konden controleren met wie ze te maken hadden. Waar het daarvoor vrijwel onmogelijk was om vast te stellen onder welk toezicht een site viel, bestond er nu een openbaar register waarin een aanbieder simpelweg wel of niet voorkomt.

In de eerste ronde werden tien vergunningen verleend, een aantal dat daarna gestaag groeide tot enkele tientallen. Bekende internationale merken kwamen naast Nederlandse partijen op de markt, en de sector werd van de ene op de andere dag zichtbaar.

Die zichtbaarheid werd meteen het eerste conflictpunt. In de maanden na de opening was gokreclame alomtegenwoordig op televisie, radio en in het straatbeeld. De maatschappelijke reactie daarop was heftiger dan de sector had ingeschat.

De aanscherping van de reclameregels
De snelheid waarmee die beperkingen kwamen, verraste de sector. Vergunningen waren aangevraagd op basis van een businessmodel waarin brede marketing mogelijk was, en binnen twee jaar was dat fundament grotendeels weggevallen. Enkele aanbieders trokken zich daarop terug van de Nederlandse markt.

Het gevolg was een reeks beperkingen die elkaar in hoog tempo opvolgden. Eerst verdween de inzet van bekende Nederlanders en sporters, daarna volgde een verbod op ongerichte reclame via televisie, radio en publieke ruimte.

Wat resteert is gerichte online reclame onder voorwaarden: jongeren tot vierentwintig jaar moeten worden uitgesloten van het bereik, en spelers moeten reclame kunnen weigeren. Voor een sector die zijn bestaansrecht deels ontleende aan het weglokken van spelers bij illegale aanbieders, is dat een wezenlijke beperking.

Spelersbescherming in de praktijk
De verplichtingen rond zorgplicht zijn sinds de opening eerder zwaarder dan lichter geworden. Aanbieders moeten spelers limieten laten instellen voordat er gespeeld wordt, moeten ingrijpen bij signalen van problematisch gedrag en moeten zijn aangesloten op het centrale uitsluitingsregister.

Dat register is misschien wel het meest concrete resultaat van de hele operatie. Wie zich inschrijft, wordt in één handeling geweerd bij alle vergunde aanbieders tegelijk, met een minimale duur van zes maanden. Zoiets bestond voor 2021 simpelweg niet.

De Kansspelautoriteit controleert of die verplichtingen in de praktijk worden nagekomen en heeft daarbij meermaals boetes opgelegd, ook aan partijen die wél een vergunning hadden.

Het onopgeloste probleem
Het meten zelf is bovendien lastig. Er bestaat geen sluitende manier om vast te stellen hoeveel er via niet-vergunde aanbieders wordt gespeeld, waardoor schattingen ver uiteenlopen en beide kampen in de discussie cijfers kunnen aanvoeren die hun standpunt ondersteunen.

De kernvraag is of de kanalisatie is geslaagd, en daarover lopen de schattingen uiteen. Een substantieel deel van het online spelen verloopt nog altijd via aanbieders zonder Nederlandse vergunning, en elke aanscherping van de regels maakt het legale aanbod relatief minder aantrekkelijk.

Daar zit de spanning die het beleid blijft kenmerken. Strengere regels beschermen spelers binnen het stelsel, maar vergroten tegelijk het verschil met wat daarbuiten wordt aangeboden. Een sluitend antwoord op die afweging heeft nog geen enkel land gevonden.

Wat het voor spelers betekent
Voor wie speelt, is het praktische onderscheid helder. Bij een vergunde aanbieder bestaan een klachtenprocedure, een geschillenregeling en een toezichthouder die kan ingrijpen. Buiten het stelsel is er geen van drieën, en blijkt de aanbieder vaak onbereikbaar zodra er een uitbetaling op het spel staat.

Ook fiscaal is er verschil: prijzen bij vergunde aanbieders worden aan de bron afgehandeld, terwijl winsten bij buitenlandse partijen zonder Nederlandse vergunning zelf moeten worden aangegeven.

Waar de discussie nu over gaat
De aandacht verschuift naar verplichte speellimieten die niet alleen door de speler maar ook door de wetgever worden vastgesteld, en naar de vraag of de huidige leeftijdsgrens van achttien jaar houdbaar is voor risicovollere spelvormen.

Voor lezers van regionale media als Houtensnieuws komt het onderwerp vooral in beeld wanneer er lokaal iets misgaat. Dat het stelsel bestaat betekent niet dat het af is – het betekent dat er nu iets is om aan bij te sturen.


Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie