
Houtense Rolien Appel over haar eetstoornis: ,,Het gaat niet over eten, het is een verslaving”
26 december 2023 om 18:56 MensenHOUTEN ,,Een eetstoornis gaat niet over eten. Het is een verslaving”, zegt ervaringsdeskundige Rolien Appel. ,,Je verdooft jezelf voor de pijn van een onderliggend probleem. Ik vond in sporten en gezond eten mij verdoving.” Het leidde tot een eetstoornis die Rolien in een isolement bracht, want het ging altijd over eten en bewegen. Ze neemt ons mee in haar proces en vertelt over Stichting Anjer in Houten. Dat ontstond vanuit het gemis aan een luisterend oor voor mensen die op welke manier dan ook met een eetstoornissen te maken krijgen.
door Irene van Valen
Rolien is 39 jaar oud. Als eenjarige kwam ze met haar ouders en broer mee naar Houten, waar ze naar school ging en verkering kreeg. Ze trouwde met haar jeugdliefde Jasper en werd moeder van twee zoons. ,,Wij blijven voorlopig in Houten wonen. Mijn familie en vrienden wonen ook hier. Al houden we van natuur en buiten, we hoeven niet perse te verhuizen naar de Veluwe. Die is net als het strand goed bereikbaar vanaf hier. De trein is dichtbij en de voorziening voor onze kinderen zijn goed.” Rolien noemt zichzelf sportief, enthousiast en creatief. Dat creatieve zit vooral in het feit dat ze mogelijkheden en uitdagingen ziet in plaats van problemen. ,,Als moeder kom ik regelmatig uitdagingen tegen. Denk aan een ruzies of problemen op school. Daar bedenk ik graag een goede oplossing voor.”
HOUTEN ZIJN WE SAMEN
Om de week is er op HoutensNieuws.nl een Zaterdagportret te lezen, een serie portretten van mensen die zich inzetten voor Houten. Deze twee weken kunt u online een aantal van de portretten teruglezen onder de titel ‘Houten zijn we samen’.
Vandaag een interview met Rolien Appel, eerder geplaatst op 11 maart 2023.
STUDIE
Roliens ouders waren zeer sportief en actief en stimuleerden dat bij hun kinderen. Rolien startte met atletiek en verloor zichzelf uiteindelijk in hardlopen. ,,Voor mij lag vast dat ik van sport mijn werk wilde maken. Daarom koos ik na de mavo voor het Centraal Instituut Opleiding Sportleiders (CIOS), een sportopleiding op mbo-niveau. Ik genoot van de stage waar ik dansles gaf.” Met het CIOS-diploma zou Rolien vooral werk vinden in het verenigingsleven, maar ze wilde liever lesgeven op scholen. Daarom studeerde ze verder aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Daarna vond ze werk als gymdocent op een middelbare school en werkte later voor het Sportcollege in Utrecht. ,,Dat was niet wat ik verwachte”, zegt Rolien. Tenslotte vond Rolien werk bij Instituut Theo Thijssen, een pabo waar ze onder andere bewegingsonderwijs gaf aan toekomstige docenten. Daar werkte ze met plezier tot ze door een eetstoornis niet meer kon werken.
Pas sinds een aantal jaar zie ik in hoe gebeurtenissen en situaties leidden tot die eetstoornis.
SPORTEN
In alles wat Rolien daarover vertelt, stelt ze bovenaan, dat ze pas sinds een aantal jaar inziet hoe gebeurtenissen en situaties leidden tot die eetstoornis. ,,Het ontstaat niet ineens. Mijn vroegere thuissituatie was niet altijd gemakkelijk. Mijn ouders scheidden en op mijn negentiende verloor ik mijn vader. Ik moest al heel jong veel zelf doen, miste knuffels of een arm om me heen. Naar buiten toe was ik altijd vrolijk, deed alsof alles goed was en dat het allemaal lukte. Ik maskeerde daarmee mijn grote onzekerheid. Het rare is dat ik geloofde dat ik echt zo was”, vertelt Rolien terugkijkend op haar puberteit. Waar ze zich wel gezien voelde, was in de sport. Ze koppelde er haar identiteit aan, want ze was goed en hoorde dat terug. ,,Ik deed alles om daar gezien te worden, maakte het anderen naar de zin en deed wat zij deden. Ik kreeg geen weerstand, prima toch? Dat er grote onzekerheid onder zat, besefte ik niet.” Wel werd het steeds moeilijker om het altijd maar goed te doen voor anderen. Hoe beter Rolien werd, hoe meer ze moest presteren. Als het niet goed ging, strafte ze zichzelf door nog harder te werken. ,,Het idee dat ik het niet goed deed en faalde of dat iemand bij me weg zou gaan, kon ik niet verkroppen. Ik dacht alleen maar: Ik ben sportief, dat is toch goed?” Rolien trainde voor de halve marathon, de Roparun en de hele marathon.
EETSTOORNIS
Naast het vele sporten werd gezond eten belangrijk voor Rolien. ,,Het moest steeds gezonder, maar werd ongezond door de controle die ik erop had. Ik at uiteindelijk nooit meer zoete en zoute tussendoortjes en at nooit ijsjes meer. Ik besteedde uren aan het bekijken van etiketten in de supermarkt.” Rolien gaf nooit over, zoals bij bepaalde eetstoornissen, maar ze at steeds minder voedzame producten. ,,Ik maakte op den duur zelfs andere gerechten dan ik voor mijn gezin maakte. Terugkijkend gingen die veranderingen zo langzaam, dat het voor ons gezin bijna als normaal voelde dat het zo was. Tot het zeven jaar geleden niet meer ging. Mensen om me heen zagen dat het doorsloeg en mijn man en omgeving grepen in. Jasper wilde de oude Rolien terug, maar ik was dit toch? Ik voelde door ondergewicht geen emoties meer.”
Ik voelde me diepongelukkig. Als ik dat gevoel zou toegeven, verloor ik echter de controle.
KLINIEK
Rolien bezocht haar huisarts die haar gewicht als graadmeter gebruikte. ,,Alsof dat alles was. Ik voelde me opnieuw niet gezien en voelde me diepongelukkig. Als ik dat gevoel zou toegeven, verloor ik echter de controle. Geen denken aan dus.” Rolien werd doorverwezen en na maanden op een wachtlijst opgenomen bij Altrecht Eetstoornissen Rintveld. Ze dacht daar niet te hoeven blijven, want ze was toch niet zo ziek en dun als de anderen? Tot ze hoorde dat ze vier maanden moest blijven. ,,Ik besloot het te ondergaan. Men was gericht op aankomen. Ik moest binnen een bepaalde tijd eten en er keken altijd mensen mee. Ik mocht niet bewegen, het ging voornamelijk om eten, maar het achterliggende probleem bleef bestaan.”
REGIE
Na die vier maanden kwam Rolien thuis en bleef in dagbehandeling. ,,Eigenlijk veranderde er weinig, waardoor ik terugviel en mijn dieptepunt bereikte met een BMI van 15. Ik woog 48 kilo bij een lengte van 1.76 m. Een nieuwe opname volgde. Die was kort, want door corona moesten alle klinieken sluiten. Uiteindelijk kwam ik terecht bij het Human Concern centrum voor eetstoornissen, waar ik ambulante hulp kreeg van ervaringsprofessionals.” Daar was Rolien op haar plek. Een team professionals begeleidde haar en keken naar de diepere oorzaak. ,,Ik behield de regie en zij hielpen me. Waar ik bij Rintveld een patiënt was met een groeiende weerstand voor eten, voelde ik me bij Human Concern gezien. De afspraken namen in frequentie af. ,,Nu heb ik eens in de week een afspraak. Het gaat goed met me. Ik leer mezelf beter kennen en weet beter wat ik wil en leer mijn waarde kennen. Wat overigens hielp is het feit dat ik ontdekte dat ik ADHD’er ben. Ik heb een enorme bewegingsdrang, terwijl ik in het Rintveld niet mocht bewegen. Dat maakte me gek. Bij Human Concern mocht ik juist weer wel sporten en bewegen en daarbij eet ik weer goed.”
STICHTING ANJER
Vanuit haar ervaringen en gemis tijdens het traject ontstond het idee om Stichting Anjer op te richten. De naam komt van de lievelingsbloem van haar vader. Met deze stichting wil Rolien als ervaringsdeskundige een plek bieden waar mensen met eetstoornissen of die op welke manier dan ook te maken krijgen met een eetstoornis hun verhaal en ervaringen kunnen delen in de wetenschap dat zij niet alleen zijn. Ze wil een opening bieden voor gesprekken en een luisterend oor zijn. ,,Misschien organiseer ik wel thema-avonden of kunnen mijn kinderen, man, familie en vrienden een rol spelen vanuit hun ervaringen. Mijn zoon noemde mijn plek in het Rintveld niet prettig en is nog een tijdje bang geweest dat als ik van huis wegging ik niet meer terugkwam. Daarom willen we openheid in ons gezin. Alles mag gezegd worden. Praten is beter dan zwijgen. Wat wij meemaakten kan wellicht anderen helpen. In de hulpverlening werd mijn gezin naar onze menig te weinig begeleid, terwijl zij er enorm mee te maken kregen. Dat ik vier maanden opgenomen was, doet wat met de kinderen. Thuis gebeurde veel en mijn man stond er alleen voor. Gelukkig hebben wij een groot sociaal vangnet. Dat hielp ons enorm in deze periode. Mijn gezin en ik willen anderen helpen, zodat meer mensen zeggen: ‘Ik sta niet alleen. Het is mogelijk om hier doorheen te komen. Ik kan het wel.’ Zo durf ik nu te zeggen: Ik kan het wel, maar het past niet bij me.” Rolien leert voor zichzelf te staan.



















