
Een kerstverhaal
25 december 2020 om 17:38 OverigHet is de derde week van december en er wordt aangebeld bij Marius. Hij loopt naar de voordeur en opent de deur. Daar staat Josefien die hem angstig aankijkt. Zijn hoogzwangere vriendin is in paniek naar hem toegekomen: ,,Ik weet het niet meer maar ik ben van huis weggelopen. Mijn vader komt na zes maanden varen weer naar huis en hij weet niets van mijn zwangerschap. Als hij mij zo ziet, gooit hij mij de deur uit dus heb ik besloten dat dan maar zelf te doen." Zij heeft een kleine reistas bij zich en bibbert een beetje.
Marius woont zelf tijdelijk bij een vriend in huis en weet even niet zo snel wat tegen haar te zeggen. Hij kende haar al een jaar en toen zij bijna negen maanden geleden tvertelde dat ze zwanger was en niet wist hoe dat nou was gekomen, had hij haar uitgelachen. Hij had geroepen dat zij hem niks hoefde wijs te maken omdat zij nog nooit intiem waren geweest en had haar toen weggestuurd. Ondanks hij inmiddels al veel van haar hield, draaide hij haar zijn rug toe.
Er waren enkele weken voorbij gegaan toen hij haar op de markt tegenkwam. Ze zag er bleek uit en hij zag de wanhoop in haar ogen toen zij hem gedag zei. ,,Hoe gaat het met je?", vroeg hij, waarop zij alleen maar lichtjes met haar hoofd knikte en zei: ,,Het gaat wel maar ik heb het nog steeds niet thuis verteld aan mijn broers." Zij woont als enige dochter bij haar oudere broers en sinds haar moeder is overleden moet zij de boel thuis draaiende houden terwijl haar vader op zee is. Haar twee broers zijn een stelletje zuiplappen en zij lijdt daar onder.
Marius had medelijden met haar en nam haar mee naar een klein cafeetje en bood haar een kop koffie aan. Ze spraken een tijdje met elkaar en hij vroeg haar nogmaals van wie zij zwanger was geworden terwijl hij al een relatie met haar had. Hij gaf aan dat dat hem behoorlijk had gekwetst maar zij bleef maar volhouden dat zij beslist niet met een man naar bed was geweest. ,,Ben je dan verkracht door iemand?" vroeg hij weer maar zij schudde haar hoofd weer en beweerde dat dat echt niet was gebeurd. Hij was weer boos geworden en had haar gezegd dat hij niet van leugens hield en dat hij maar beter weer weg kom gaan als zij hem niet de waarheid zou vertellen.
Het was even stil maar toen zij ze zachtjes ,,Ik heb een hele rare droom gehad waarin mij werd verteld dat ik een baby zou krijgen en dat het iets speciaals zou zijn en zo is het ontstaan." Hij was opgestaan en had tegen haar gezegd ,,Denk je nou echt dat ik een of andere malloot ben die je dit wijs kan maken?" en nadat hij de koffie had afgerekend, liep hij het cafe uit haar bedroeft achterlatend.
Die nacht kon hij niet slapen en moest steeds aan datgene denken wat Josefien hem had verteld. Hoe kon zij dat nu blijven volhouden? Zij moest gek zijn en na een paar keer heen en weer te hebben gedraaid was hij in een diepe slaap gevallen. In die nacht kreeg ook Marius een bijzondere droom met een stem die hem vertelde dat hij een zoon zou krijgen en op reis zou gaan. Marius schrok van die stem en hoewel hij in een diepe slaap was toch zeker wist dat hij die stem had gehoord. ,,Word ik nou ook gek?",dacht hij.
Het bleef hem de hele week bezig houden. Hij dacht steeds aan het verhaal van Josefine en hoe moeilijk zij het had thuis. Hij wist niet wat hij moest doen want ook hij woonde maar tijdelijk bij zijn vriend in huis. Weer kreeg hij een droom met diezelfde stem en nu begint hij aan zichzelf te twijfelen. Hij ziet een vreemd licht in zijn kamer. Had hij nou een lichtje aangelaten? Nee dat is het niet. Dan hoort hij de deurbel en nu ineens staat Josefien voor hem die vertelt dat zij is weggelopen van huis. Hij laat haar binnen en zegt dat zij niet bij zijn vriend in huis zou mogen blijven en dat hij per januari ook iets anders moet gaan zoeken. ,,Wij kunnen naar mijn oom en tante gaan", zegt Josefien, ,,daar kwam ik vroeger altijd toen mijn moeder nog leefde en wij mogen er vast wel een tijdje blijven. De baby laat niet zo lang meer op zich wachten." Marius denkt weer aan zijn droom en ineens begrijpt hij wat die stem hem wilde vertellen. Hij zegt dat hij een vreemd licht in zijn kamer heeft gezien vlak voordat zij aanbelde. ,,Het is een teken van iets wat ik niet goed kan verklaren maar ik ga met je mee Josefien. Ik heb alleen geen auto, we moeten met de fiets. Laten wij het maar gaan proberen." zegt hij uiteindelijk terwijl hij enkele kledingstukken in een tas propt.
En zo gaan zij op weg in de koude donkere avond. Ze rijden langs verlichte huizen waarin mensen naar de televisie zitten te kijken. Het is een paar uur fietsen en het wordt al later. Ze rijden langs de eindeloze landwegen naar het dorp van haar oom en tante. De ijskoude wind snijdt in zijn gezicht. ,,Het is toch krankzinnig en waar zijn wij aan begonnen!’, roept hij soms tegen haar. Plotseling begint Josefien te kreunen en roept ,,Stop even want ik heb enorme pijn in mijn buik"’ Hij stopt en ziet aan haar dat de baby al onderweg zou kunnen zijn en hij raakt volledig in paniek: ,,Wat moet ik nu doen? Dit is wel het allerstomste idee wat wij hebben kunnen bedenken." ,,Het gaat al weer", zegt Josefien. ,,laten wij maar snel verder gaan." Maar na een half uur begint zij weer te kreunen, steeds vaker achter elkaar. Ze stoppen bij een huis en hij belt aan. Er kijkt iemand uit het raam en Marius roept naar boven dat hij hulp nodig heeft omdat zijn vriendin op het punt staat een baby te krijgen maar de man gelooft hem niet en sluit het raam weer. Verslagen loopt Marius naar zijn fiets en zij rijden weer verder en zien een boerderij. ,,Wij gaan het daar nog eens proberen" zegt hij en ze rijden het erf op. Het is donker. Ze lopen om het huis en komen aan bij de stal en openen de deur. Het stinkt er vreselijk maar ze gaan toch maar naar binnen omdat ze inmiddels totaal verkleumd zijn. Weer kreunt Josefien en zegt dat het nu gaat gebeuren. Zij gaat op de houten bank liggen. Eerst is daar die paniek tussen de twee jonge mensen maar Josefien wordt rustig en er ontstaat weer dat vreemde licht wat ze hebben gezien in hun dromen en het voelde ineens heel natuurlijk. De baby wordt geboren, het is een jongen. Josefien heeft een kleine deken bij zich en wikkelt de baby daar in. Zij liggen dicht bij elkaar in het stro.
Heel vroeg in de morgen schrikken ze wakker omdat de deur van de stal open gaat en de boer naar binnen loopt. Hij schrikt als hij het stel ziet liggen en roept ,,Wat krijgen we nou? Ik dacht dat er ergens nog een lamp aanstond omdat er een vreemd licht uit de stal kwam."Hij kijkt verbaast en loopt terug naar het huis om zijn vrouw erbij te halen. De vrouw ziet direct wat er aan de hand is en neemt de verkleumde Marius en Josefien met hun baby mee naar binnen.
Zij vertellen dat zij geen andere keus zagen die nacht en in de stal een schuilplaats hebben gevonden. De vrouw zorgt direct voor Josefien en haar kindje en belooft dat zij ze naar haar familie zal brengen zodra ze wat zijn aangesterkt. Josefien moet eerst tot rust komen.
De volgende dag voelt zij zich sterk genoeg om op te staan. De boer en boerin geven hen wat spullen mee die zij hadden bewaard van hun eigen kinderen en wat geld om de aankomende tijd door te komen. Na de maaltijd vraagt de boerin nog of ze al een naam hebben bedacht voor de baby en dan vraagt Josefien ,,Hoe heten jullie eigelijk?’ De boerin kijkt verbaasd op en zegt ,,Ik heet Inge en mijn man heet Richard maar waarom wil je dat weten?" Josefien denkt even na en zegt ,,Dan voegen wij jullie namen samen en zal onze zoon de naam INRI gaan dragen.’ Marius knikt instemmend.
Dan kijkt de boerin op naar het kruisbeeld aan de muur waar Christus hangt met boven zijn hoofd de naam die hij had gekregen. De inscriptie die daar op staat is INRI. Nee, dat is te toevallig....of zou het...
En zo werd er in die nacht een bijzonder kerstkindje geborendie door een toevalligheid zijn naam INRI verkreeg.
door Peter Maring



















