
Onze man uit Amsterdam - Rellen
4 augustus 2026 om 10:09 Column Onze man uit AmsterdamToen ik hierheen kwam, had ik niet kunnen bevroeden ooit nog in rellen terecht te komen. Houten, dat ingeslapen, groene, kindvriendelijke en autoluwe dorpje waar nauwelijks wat gebeurde. En toen waren daar ineens rellen. Op 14 oktober 2025.
Nu kwam ik er niet echt ‘in terecht’, ik heb ze opgezocht. Mijn vrouw en kinderen wilden namelijk naar de demonstratie gaan kijken en dat vond ik – overbezorgde vader die ik nu eenmaal ben – géén goed idee. Bij wijze van compromis beloofde ik eerst te gaan kijken om te zien of het wel veilig was. Dan zou ik wel een berichtje sturen of ze konden komen.
Ik kwam aan tussen prinsenvlaggen en VOC-wimpels. Dan weet je meteen hoe laat het is en het duurde dan ook niet lang of het eerste vuurwerk vloog door de lucht. Ik zie nog een politieagente met een lange blonde paardenstaart rustig opzij bukken om niet geraakt te worden.
Niet veel later werden de – niet zo heel erg goed toegeruste – agenten vervangen door de Mobiele Eenheid, gevolgd door eindeloos wachten, drie (drie!) waarschuwingen en uiteindelijk een korte charge. Wat zich toen voor mijn ogen ontvouwde tart iedere beschrijving.
In mijn studententijd heb ik namelijk de Vondelstraatrellen meegemaakt. Ik woonde net in Amsterdam-Zuid en kwam van een avondcollege terug. Precies op het moment dat ik het portiek betrad van het pand waar ik op kamers zat, één straat verderop, stormde een groepje ME-ers het Vondelpark uit en begon de straat en alle portieken schoon te vegen. Ik heb rake klappen gehad van een totaal opgefokte ME-er tot wie maar niet wilde doordringen wat ‘Ik woon hier! Ik wóón hier!! Ik – wóón – hier!!!’ betekende.
Die opgefoktheid was ook logisch. Er werd destijds niet met vuurwerk gegooid, maar met echte stenen. Klinkers en hele stoeptegels vlogen de politie om de oren. En vooral tegen scheenbenen. De ME had destijds nog geen scheenbeschermers, dus er braken nogal wat onderbenen. Van de kant van het gezag werd traangas gebruikt. Alsof je een wolk spijkers inademde. En dan noem ik de busjes met ‘stillen’ nog niet eens.
Nee, dan Houten. De charge voorwaarts verliep rustig. De demonstranten weken netjes terug. Het leek meer een rituele dans. Met wat vuurwerk, blaffende honden en ‘Bella ciao’ in de relatief veilige achtergrond. Achteraf hoorde ik dat er toch wel iemand klappen had gekregen en er waren wat arrestaties verricht. Eentje kreeg 180 uur taakstraf. In mijn tijd ging er een kraker dood in zijn politiecel.
Ik had in de jaren tachtig nooit gedacht dat ik dit ooit zou opschrijven: lieve Houtenaren en ander ongeregeld, tel je zegeningen, vroeger was alles véél erger…
Linus Huibers woont na veertig jaar in Amsterdam nu in Houten, een cultuurshock waar hij zich nog dagelijks over verwondert.




















