
Onze man uit Amsterdam - Herdenking
28 april 2026 om 11:02 ColumnIn Amsterdam ging ik op 4 mei altijd naar de Hollandse Schouwburg: de plek waar alle opgepakte joden uit de stad werden verzameld voordat ze op transport naar Westerbork gingen en vandaar naar de vernietigingskampen. De herdenking was er altijd ingetogen, de muziek stemmig en de toespraken gedenkwaardig.
Aan het einde zong iedereen het Wilhelmus. Dat vond ik gênant. De – voornamelijk Joodse – herdenkers die het volkslied aanheffen van het land dat het grootste deel van zijn joden heeft laten wegvoeren van alle West-Europese landen. Maar goed, een herdenking moet ongemakkelijk zijn, ook al is dat onbedoeld.
Rond de Hollandse Schouwburg zie je haast niks anders dan de Tweede Wereldoorlog. Welke kant je ook wegloopt: je komt al snel luid en duidelijk zichtbaar oorlogsleed tegen. Rechtdoor: het monument voor de overval op het bevolkingsregister en het Verzetsmuseum, linksaf: de Joodse Crèche en – verderop – de Dokwerker, linksaf: het kunstenaarsverzet.
En in Houten? Je moet echt goed zoeken om iets te zien. Ik woon hier nog niet zo lang. Ik weet dat er meer is. Oorlogsgraven in Schalkwijk en ’t Goy bijvoorbeeld. Houten – toen nog dat piepkleine dorpje – is zelfs een keer gebombardeerd. Maar tot nu toe heb ik één Stolperstein gezien. En een oorlogsmonumentje op het Oude Dorp. Een bankje met een vlaggenmast ernaast en 25 platen van blauwe hardsteen waar vanaf 2020 ieder jaar één tegel van een tekst wordt voorzien. Er is plek tot 2044, precies 99 jaar na de bevrijding van Houten.
Ik zit daar wel eens die stenen te lezen en denk aan wat zich destijds heeft afgespeeld. Joden, Roma en Sinti, homoseksuelen; verzet, heldenmoed, het Englandspiel; Grebbeberg, Stalingrad en Omaha Beach; gaskamers, Babi Yar; verraad en collaboratie; de hongerwinter. De haat, de bloeddorst, de moordlust; de onverschilligheid en het wegkijken, de bevrijding en de lang niet altijd welkome thuiskomst van wie het overleefd had…
Dat veelkoppige monster. We noemen het gemakshalve dan maar ‘de oorlog’. Al die gitzwarte gaten die onze geschiedenis is, op een dorpsplein van nog geen voetbalveld, op een steen van 50 bij 50 centimeter, op die ene avond in mei, in die twee minuten stilte. Putasne brevi immittere vasculo mare totum (‘kun je de hele zee soms in een potje gieten’)?
Als ik daar zit te lezen, realiseer ik me dat herdenken maar een poging is, een verwoede en soms wanhopige poging om toch iets van die zee in woorden, in een gedachte te gieten, al zegt men ook dat het niet kan, en al kán het ook niet.
Er is in Houten behoorlijk wat gebeurd tijdens de oorlog, kijk maar eens hier: https://deoorlogwashier.nl/
Linus Huibers woont na veertig jaar in Amsterdam nu in Houten, een cultuurshock waar hij zich nog dagelijks over verwondert.


















