Afbeelding
Gemeente Bunnik

Veel archeologische vondsten in Kersenweide Odijk, zelfs uit de bronstijd

Overig

ODIJK Bij archeologisch onderzoek in Odijk zijn bewoningssporen uit de bronstijd (2200-800 v. Chr.) gevonden. Die zijn uiterst zeldzaam in de regio. Het was al wel bekend dat er later in de ijzertijd en nog later in de Romeinse tijd mensen woonden in het gebied ten westen van het dorp, maar nu zijn dus ook resten van oudere boerderijen gevonden.

De meeste sporen uit die tijd zijn verdwenen door ‘rivieractiviteit’ in het gebied. Nu zijn bij opgravingen op de oevers van smalle oude geulen paalsporen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van gebouwen, waarschijnlijk boerderijen en bijgebouwen. Verder zijn er aardwerkfragmenten, dierlijk bot, mogelijke kookstenen en houtskool aangetroffen.

Lees ook: Archeologisch monument gevonden bij Odijk: ‘Het ligt hier helemaal vol’

In de komende jaren bouwt de gemeente Bunnik zeker 1200 woningen in de Kersenweide, ten westen van Odijk. Maar voordat er een schop in de grond gaat, hebben archeologen een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Uit vooronderzoeken was al gebleken dat in de hele Kersenweide in de ondergrond oevers en ruggen van oude riviersystemen aanwezig zijn, die in het verleden aantrekkelijk waren voor bewoning en akkerbouw. Dat bleek ook wel: er zijn naast de sporen uit de bronstijd ook nog een nederzettingsterrein uit de Romeinse tijd aangetroffen. En langs de Vlowijkerwetering zijn sporen gevonden van een erf en een terrein met een gracht er omheen uit de late middeleeuwen.

BOERENERF De eerste betreft een boerenerf, waarvan paalsporen en afvalkuilen zijn teruggevonden. De tweede vindplaats bestaat uit een rechthoekig omgracht terrein van 22 bij 28 meter. De functie van dit terrein is nog onduidelijk. Er zijn geen sporen of vondsten waaruit blijkt welke activiteiten hier plaatsvonden.

Langs de provinciale weg N229 lagen de archeologische sporen direct onder het maaiveld. Hier ging het om een nederzetting uit de Romeinse tijd en mogelijk nog iets eerder, uit de late ijzertijd. Er zijn paalsporen van gebouwen, (afval)kuilen, waterkuilen en waterputten gevonden. Delen van deze nederzetting zijn eerder al opgegraven aan de andere kant van de N229, langs de Schoudermantel.

Op het nederzettingsterrein zijn volgens de gemeente ‘diverse fraaie metaalvondsten gedaan’, waaronder munten uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen, een Romeins zilveren ringetje en een mantelspeld (fibula), een fragment van een vroegmiddeleeuwse armband, en een gesp in de vorm van een leeuwenkopje. Bijzonder is de vondst van een handvat van een Romeinse sleutel in de vorm van de kop van een everzwijn.

De komende tijd wordt bekeken in hoeverre de archeologische vindplaatsen in het ontwerp voor de nieuwbouw kunnen worden ingepast. Uitgangspunt is om de resten zoveel mogelijk in de bodem te behouden, omdat ze daar het beste bewaard blijven. Waar inpassen niet mogelijk is, zullen ze worden opgegraven. 

(Bron: RTV Utrecht)

advertentie