
Een gewoon kind in oorlogstijd - het verhaal van Willy Siersma-van der Horst die met een kindertransport in januari 1945 naar Groningen ging
29 april 2025 om 11:55 HistorieHOUTEN Willy Siersma- van der Horst (89) was een gewoon kind in oorlogstijd. Van de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog herinnert zij zich niet zoveel. De herinneringen komen pas in de tweede helft van 1944 toen de oorlogsomstandigheden ernstig verslechterden. De Duitse bezetter trad strenger op, kleding en voedsel werden schaars. Redenen waarom ze in januari 1945 met een kindertransport naar Groningen vertrok om aan te sterken.
door Annette Stolk – de Vries
Willy Siersma woonde tijdens de oorlog in de Rivierenbuurt in Utrecht samen met haar ouders en broertje. ,,Mijn vader overleed in 1941 op bijna 33-jarige leeftijd aan de complicaties van een operatie. Daarna stond mijn moeder er helemaal alleen voor. Ik geef het je te doen, zonder echtgenoot twee kleine kinderen opvoeden in oorlogstijd.”
HERINNERING
De eerste herinnering van Willy aan de oorlog is zittend achterop de fiets bij haar vader. ,,Het was mei 1940, ik was toen vier jaar oud en we reden tot aan de rand van Lunetten. Kijkend naar Houten zagen we alleen maar water. Als gevolg van inundatie stond alles onder water.” Willy beschrijft de Rivierenbuurt als een hechte wijk waar men omzag naar elkaar. ,,Er woonde veel personeel van de Nederlandse Spoorwegen. Als gevolg van de spoorwegstaking in 1944 waren er in de wijk vaak razzia’s. De mannen verstopten zich dan onder de vloer of op een andere plek. Tijdens zo’n razzia hadden we wel eens tien kinderen in huis. Mijn moeder was inmiddels weduwe en ving de kinderen dan op, om te voorkomen dat zij onder dwang de schuilplaats van hun vader verraadden. Op enig moment vroeg een Duitse soldaat of deze kinderen allemaal van mijn moeder waren. Toen zij dit bevestigde keek hij verbaasd op, maar liet het daar gelukkig bij.”
BOMBARDEMENT
Die angstige momenten tijdens de oorlog zijn Willy haar hele leven bijgebleven. Nog steeds kan ze ineenkrimpen bij het horen van het luchtalarm of bij het horen van overvliegende vliegtuigen. Ze beschrijft hoe ze in de oorlog snel een schuilplaats moesten zoeken tijdens een bombardement. ,,Het bombardement op de fabriek Jongerius herinner ik mij nog goed. We hadden geen tijd meer om naar de schuilplaatsen in de loopgraven aan de Waalstraat te gaan, dus zochten wij dekking onder het trapgat in de gang van ons huis. Nadat het bombardement was afgelopen liepen we naar buiten en veegden we de scherven en ontplofte projectielen op met stoffer en blik.”
VOEDSELTOCHTEN
In de herfst van 1944 is het zuidelijk deel van Nederland bevrijd. In het midden en westen van Nederland heerst er groot voedseltekort. Willy en haar moeder en broertje ondernemen tochten om voedsel te bemachtigen. ,,We liepen met een poppenwagen naar Houten. Op de heenweg mocht broertje Guus erin zitten, op de terugweg zaten er aardappelen in.” Staand in een rij bij een boer aan de Houtense Wetering worden ze door geallieerde vliegtuigen onder vuur genomen. ,,Die dachten dat we Duitsers waren”. Ternauwernood weten ze zich te redden. Willy in de schuilkelder van de boer, moeder en broertje onder een loopplank die over de sloot lag.
Het is onvoorstelbaar dat men ons zomaar in huis nam en ons als hun gelijke behandelden.
GRONINGEN
Het Interkerkelijk Bureau en het Rode Kruis starten met de zogenoemde Kindertransporten naar Noord-Nederland. Willy en Guus komen op deze manier terecht in Groningen. ,,Ik bij de familie Mulder en Guus een paar straten verderop bij de familie Wind”, vertelt Willy. ,,Moet je voorstellen wat een stap dit voor mijn moeder moet zijn geweest. Eerst je man verliezen en daarna je twee kinderen laten gaan.” Willy heeft het goed in Groningen. Ze voelt zich snel thuis en spreekt van een warm gezin. ,,Het is onvoorstelbaar dat men ons zomaar in huis nam en ons als hun gelijke behandelden.” De bevrijding van de stad Groningen beleeft ze van nabij. Ze ziet met eigen ogen de straatgevechten tussen de Canadezen en de Duitsers. Wat eerst een verblijf van zes weken zou zijn wordt uiteindelijk een verblijf van enkele maanden. ,,Groningen werd op 16 april bevrijd, Nederland pas op 5 mei 1945. Doordat wegen en bruggen waren beschadigd konden we niet zomaar terug.” Het contact met de familie Mulder is na de oorlog altijd gebleven. ,,Ook nu nog ga ik minimaal tweemaal per jaar naar Groningen. Het is mijn tweede thuis geworden.”
Willy Siersma- van der Horst zal tijdens de Dodenherdenking op het Plein in Houten een gedicht voorlezen.




















