Wim van Vulpen schakelt om van een regulier varkenshouderijbedrijf met 750 zeugen en 1600 vleesvarkens naar biologisch, met 80 zeugen en 600 vleesvarkens.
Wim van Vulpen schakelt om van een regulier varkenshouderijbedrijf met 750 zeugen en 1600 vleesvarkens naar biologisch, met 80 zeugen en 600 vleesvarkens. Agnes Corbeij

De boer op: Het verhaal achter de omschakeling van reguliere varkenshouderij naar biologisch in Bunnik: een flinke stap

11 januari 2023 om 16:00 Achtergrond

BUNNIK Van een moderne varkenshouderij gaat Wim van Vulpen naar een biologisch bedrijf, met minder dan een derde van het aantal dieren. De omschakeling is uit noodzaak geboren, maar ook hoopt Wim met een biologisch bedrijf bij te dragen aan een verbeterd imago van de reguliere varkenshouderij in Nederland.

door Agnes Corbeij

Wim van Vulpen groeide op in Houten, aan de Molendijk. Daar hadden zijn ouders een gemengd bedrijf. In 1994 verhuisde hij naar de Achterdijk in Bunnik, zijn vader werd wegens nieuwbouw uitgekocht. Wim werkte tien jaar lang bij landbouwmechanisatiebedrijf Hoogendoorn, maar besloot toch varkenshouder te worden. ,,Voor en na mijn werk ging ik toch altijd nog even de stal in. Dat zit in me.”

De boer op:
Zaaien, oogsten, melken, scheren; we weten ongeveer wat de boer allemaal doet op zijn bedrijf. Maar achter de staldeuren gebeurt er nog veel meer bij de agrariër in de Kromme Rijnstreek. Het afgelopen jaar bezocht Houtens Nieuws in het kader van de serie ‘De Boer Op’ iedere maand een of twee agrarisch ondernemers uit onze regio, om te vragen wat zij deze maand allemaal doen. Deze serie plaatsen we in de eerste twee weken van januari nogmaals, gratis te lezen voor iedereen.

TIEN JAAR Aan de Achterdijk wilde Wim meteen uitbreiden, om zijn bedrijf toekomstbestendig te maken. Op een vergunning moest hij echter lang wachten. ,,Er kwam veel weerstand vanuit milieuactivisten. Daardoor heb ik tien jaar moeten wachten met verbouwen. Uiteindelijk is dat misschien wel mijn redding geweest, want in die tijd is er veel regelgeving veranderd. Nu kon ik mijn nieuwe stal meteen klaar maken voor de toekomst.”

Die stal werd in 2007 gebouwd. Wim besloot in die tijd tot een drastische beslissing. ,,Ik had destijds ook een pachtbedrijf in Tull en ‘t Waal. Daar hadden we veel ziekte onder de dieren. Samen met de faculteit Diergeneeskunde, waar mijn veearts ook als docent werkte, dachten we na over manieren om ziektekiemen buiten de stal te houden.”

DEUREN DICHT Omdat zijn bedrijf in de Kromme Rijnstreek bijna de enige varkenshouderij is (aan de Achterdijk is alleen nog een varkenshouderij), was het realistisch om te proberen alle ziektekiemen buiten te houden. ,,Ik heb de hele stal leeg gehaald en gezonde dieren van bedrijven uit Denemarken gehaald, die vrij waren van ziektekiemen. De stal zit dicht voor bezoek, iedereen die erin komt, moet door de douche en beschermende kleding aan.”


Voor het eerst mogen de varkens naar buiten - Agnes Corbeij

Deze manier werkte voor Wim. ,,Normaal gesproken zijn de dieren veel energie kwijt aan het opbouwen van hun afweersysteem. Als veel varkens ziek worden, moet je kuren of met antibiotica aan de slag, wat steeds minder mag. Door de stal dicht te houden hoefde ik bijna geen antibiotica meer te gebruiken en de dieren voelen zich lekkerder.” Sinds 2007 heeft Wim geen varkens meer gekocht. ,,Het is allemaal eigen opfok. En ze zijn al die jaren gezond gebleven.”

STRUISVOGELS Toch neemt hij nu de grote stap naar juist een heel open bedrijf. ,,De markt is al jaren heel grillig. Het is in Nederland steeds moeilijker om een boterham te verdienen met varkens.” Sinds tien jaar verhuurt Wim dan ook delen van zijn land en terrein, als extra inkomstenbron. Hij verhuurt een deel van zijn land aan sedemverbouwer Sempergreen en op zijn terrein zitten de Smid van Bunnik en maatschappelijk hoveniersbedrijf Green to Grow.  

Toch bleef Wim bezorgd over de varkenssector. ,,Vorig jaar oktober ben ik met mijn bedrijfsleider serieus allerlei opties gaan overwegen. We keken naar kalfjes, geiten, kippen, zelf naar struisvogels en kangoeroes. Maar we besloten, ‘schoenmaker blijf bij je leest’, over te gaan naar een biologische varkenshouderij.” In januari hakte Wim de knoop door. 

ELITE De biologische sector is vraaggestuurd, in tegenstelling tot die van het reguliere varkensvlees. ,,Er zijn in Nederland drie partijen die biologisch vlees opkopen van agrariërs. Ik ga leveren aan Westfort in IJsselstein. Je moet bij hen eigenlijk gewoon solliciteren om je vlees te mogen leveren. Als zij akkoord zijn en we verwachten dat ze het vlees kwijt raken via hun kanalen, wordt je aangenomen. Dat betekent dat ik nu al weet wat ik in het najaar voor mijn vlees krijg, dat ben ik niet gewend.”


De oude stal wordt leeggehaald en de materialen hergebruikt - Agnes Corbeij

Wim blijft kritisch. ,,Lang niet iedereen kan biologisch vlees betalen. Ik produceer straks voor de elite. Dat vind ik lastig. In Nederland zijn we gewend aan goedkoop voedsel. Dat verander je niet zomaar.” Ook vindt Wim het nog spannend om de deur open te gooien. ,,Ik heb jarenlang juist alles zo gesloten mogelijk gehouden. Nu zijn we de muur aan het openbreken, zodat de dieren buiten kunnen lopen. Daar komen ze in aanraking met dieren van buiten, zoals muizen en ratten.”

MODDERPOEL Ondanks de onzekerheden, stapt Wim wel vol overtuiging in dit avontuur en kan hij er ook van genieten. ,,De dieren moeten voor de afnemer twee keer zoveel oppervlakte krijgen als voorheen. Dat overtreffen wij. Een modderpoel en weidegang is niet verplicht, maar wel gewenst. Ook dat realiseren we.” Ook worden dichte vloeren gelegd met stro, zodat de varkens meer hun natuurlijke gedrag, zoals nestelen, kunnen uiten. De werkzaamheden zijn in volle gang, maar een aantal varkens loopt al op stro en kan al naar buiten. ,,Dat is een mooi gezicht.”

Behalve dat de dieren straks allemaal naar buiten kunnen, kunnen de mensen ook bijna naar binnen. ,,Om de hele stal heen leggen we een pad neer. Ik wil ook open dagen gaan houden. Ik wil de mensen laten zien hoe de varkenshouderij eruit ziet. Ik hoop daarmee op meer begrip, ook voor de reguliere sector.”

LOPEN VOOROP Want het imago dat daarover bestaat, klopt niet, aldus Wim. ,,Ik heb veel buitenlands bezoek gehad, die kijken allemaal met respect naar de Nederlandse landbouw. We lopen ver voorop, gebruiken veel minder antibiotica of bestrijdingsmiddelen dan elders in de wereld. En toch is het nooit goed genoeg, zijn we in ons eigen land als reguliere sector niet welkom.”


De varkens krijgen ruim twee keer zoveel ruimte - Agnes Corbeij

Daarbij sluit Wim aan bij het stikstofdebat, het gevoel dat in de gehele agrarische sector in Nederland speelt, soms zelfs tot woede leidt. ,,Nergens in de wereld kunnen we zo efficiënt voedsel produceren als in Nederland. Als wij het hier niet meer doen, wordt de productie naar elders verplaatst. Daar is de natuur op wereldschaal zeker niet mee gediend.”

DUUR VOER Wim van Vulpen had vorig jaar nog 750 zeugen en 1600 vleesvarkens. De afgelopen maanden zijn veel dieren verkocht. De zeugen die er nu nog lopen, zullen vanaf augustus biggetjes krijgen en uiteindelijk is het de bedoeling rond de 80 zeugen en 600 vleesvarkens te gaan houden, minder dan een derde. Of hij daarmee uiteindelijk een dikkere boterham verdient, durft Wim nog niet te zeggen. ,,Dat moet nog blijken. Het biologische voer is ook veel duurder, zeker door de oorlog in Oekraïne, waar een groot deel normaal gesproken vandaan komt.”

Dus wellicht komen er op de lange termijn nog meer nevenactiviteiten op het terrein. ,,Ik denk bijvoorbeeld aan een zorgboerderij. Een samenwerking met Green to Grow ligt voor de hand.” Maar stoppen met de varkens, is voor Wim geen optie. ,,Het totaalplaatje, dit is wie ik ben.”

De varkens krijgen ruim twee keer zoveel ruimte
De oude stal wordt leeggehaald en de materialen hergebruikt
Voor het eerst mogen de varkens naar buiten
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie