Expo Houten
Expo Houten Expo Houten

CIDI en CJO doen aangifte tegen de organisator van de Militariabeurs in de Expo in Houten

Overig

HOUTEN Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en Centraal Joods Overleg (CJO) hebben besloten aangifte te gaan doen tegen de organisator van de jaarlijkse Militariabeurs in Houten, die vorige week zondag plaatsvond. Gisteravond besteedde het programma Kassa aandacht aan deze beurs. Volgens beide organisaties doet de beurs aan verheerlijking van het nazisme. 

door Agnes Corbeij

De Militariabeurs wordt ieder jaar gehouden in de Expo in Houten en er is eerder protest tegen geweest. Het CIDI en CJO hebben de beelden van Kassa voor de uitzending gezien en besloten daarop aangifte te doen. De beelden waren gemaakt met een verborgen camera van Kassa. Op de beelden zijn onder meer de spullen te zien die er verkocht worden. Volgens het programma waren ruim de helft van de aangeboden spullen op de beurs gerelateerd aan Nazi-Duitsland.

Op de beelden zijn onder meer SS-insignes te zien, een document met de handtekening van Hitler en Göring en veel dolken met hakenkruizen. Ook een gedragen Jodenster met een boekje waarin persoonsgegevens van de draagster staan komt voorbij. Voor het laatste voorwerp werd op de beurs 2500 euro gevraagd. 

BELEDIGING Op haar website zegt het CIDI hierover: ,,De beurs doet aan verheerlijking van het nazisme, en er wordt geld verdiend aan voorwerpen die herinneren aan menselijk leed. [...] Het is een belediging voor de slachtoffers en overlevenden van de Holocaust en hun nabestaanden dat er nog steeds zoveel geld verdiend wordt aan de grootste misdaad tegen de menselijkheid.”

Ook CJO-voorzitter Ronny Naftaniel ziet de beurs als een verheerlijking van het nazi-gedachtegoed. ,,De Tweede Wereldoorlog leeft nog in alle aderen van de Joods gemeenschap en dit kwetst heel erg. Het is heel afschuwelijk om te zien dat aan deze verderfelijke politieke ideologie zoveel geld wordt verdiend.” Volgens de twee organisaties CIDI en CJO zet de Militariabeurs met het verkopen van de spullen aan tot haat en geweld.

CONTEXT Ook organisator Gaston Vrolings kwam aan het woord. Hij geeft aan dat de beelden van Kassa niet compleet zijn en niet overeenkomen met de werkelijkheid. ,,In de beelden zien we allen maar hakenkruizen. Dan zou ik als buitenstaander, die de context niet ziet, ook denken: ‘wat gebeurt daar?’ Maar de werkelijkheid is heel anders.” 

Vrolings vertelt in Kassa over het ontstaan van zijn verzamelhobby. ,,Bij mijn oma zaten twee Royal Air Force piloten op zolder verstopt die door de Duitsers waren neergeschoten. Een van hen heeft een Mariabeeldje als geschenkje aan mijn oma gegeven. Dat is een van mijn meest dierbare bezittingen momenteel.” Hij vertelt er nadrukkelijk bij dat hij geen aanhanger is van de nazi-ideologie. 

VERZAMELAARS Bezoekers zijn volgens hem geen sympathisanten van het nazi-gedachtegoed. ,,Al veertig jaar bestaan deze beurzen en het zijn doodgewone verzamelaars die de beurs bezoeken. Nederland kent een paar honderd neonazi’s en die komen niet naar mijn beurzen. De sociale controle op de beurs is heel groot. Als zo iemand op mijn beurs binnenkomt, wordt hij weggekeken, beveiliging wordt geroepen, politie wordt zelfs gebeld.” Er komen volgens Vrolings ook Joodse mensen naar de beurs. ,,Twee Joodse vrouwen die voorlichting geven op scholen, zijn altijd op zoek naar voorwerpen.”

Nationaal Coördinator Antisemitisme, Eddo Verdoner, zet daar zijn vraagtekens bij, zo is te lezen op de website van Kassa. “Het is naïef te denken dat het hier alleen gaat om een aantal stoffige verzamelaars, zeker ook als je kijkt naar het opkomend extremisme in Europa.”

PER GEVAL BEKIJKEN De wet is niet heel duidelijk over de strafbaarheid van het bezit en verhandelen van nazi-attributen. Kassa vroeg demissionair minister van Veiligheid en Justitie Grapperhaus om een reactie. ,,Het verheerlijken van het nazigedachtegoed door de verkoop van nazivoorwerpen op beurzen is ongewenst en moreel verwerpelijk. [...] Of het verkopen van de voorwerpen daadwerkelijk strafbaar is, dient van geval tot geval te worden beoordeeld, met inachtneming van de vaste jurisprudentie.”

Verder geeft Grapperhaus aan graag verder in overleg te gaan met  de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, die door hem is aangesteld om onder meer te adviseren over de strafrechtelijke aanpak van antisemitisme. Verdoner geeft in het programma aan Grapperhaus te adviseren een einde te maken aan de onduidelijkheid en de wet zo aan te scherpen, waardoor dergelijke beurzen verboden worden.

advertentie