
Lezing historische kring Tussen Rijn en Lek over 750 jaar Tolsteeggebied
1 november 2024 om 16:00 ActiviteitenBUNNIK Op donderdag 14 november houdt Peter Sprangers in Bunnik een lezing voor de historische kring Tussen Rijn en Lek met als onderwerp: 750 jaar Tolsteeggebied. Een regio die nauw grenst en deels overlapt met het Kromme Rijngebied.
De laat-middeleeuwse naam voor de nederzetting aan het begin van de Vaartsche Rijn was Thollersteghe (oorkonde uit 1260). Aangenomen moet worden dat zowel het handelsverkeer over de Rijn als dat over de Vecht tot 1122 de Utrechtse bisschoppelijke tol moesten betalen vlak voor de splitsing van Rijn en Vecht. In de late 15e-eeuw werd de naam gewijzigd in Ganssteeg. Bewoning bevond zich voornamelijk tussen de voorpoort (De Ganspoort) en de Tolsteegpoort aansluitend bij het voorstedelijk havengebiedje van de Ooster- en Westerkade in het verlengde van de Oudegracht.
Deze voorstad van Utrecht ging al vroeg specifieke functies vervullen voor bedrijvigheid die buiten de muren moest plaatsvinden en voor handelaren en ander volk dat na sluiting van de poorten de stad bereikten of moesten verlaten.
WATERWEGEN
Utrecht was het middelpunt van een uitgestrekt stelsel van waterwegen. De Domstad lag niet al te ver van de Hollandse steden en lag aan internationaal vaarwater van Amsterdam via de (Vaartsche) Rijn naar Duitse streken. De meeste waterwegen rond Utrecht waren echter vooral van belang voor het interlokale en regionale transport. Verharde wegen waren vóór 1800 namelijk een zeldzaamheid.Zandwegen konden in natte perioden zeer slecht begaanbaar zijn.
Koning Lodewijk Napoleon kocht in november 1808 de landgoederen Oud- en Nieuw Amelisweerd om daar ter weerszijden van de Kromme Rijn een nieuw paleis te bouwen en een park aan te leggen. Tot aan de oprijlaan van Oud-Amelisweerd werd een rechte, brede zandweg aangelegd met de nodige verharding en ter weerszijden twee rijen bomen, vervolgens gekend als Koningsweg.
Tot de glorieuze komst van het spoor halverwege de 19e-eeuw werden de meeste goederen en passagiers nog over het water vervoerd. In de 17e-en 18e-eeuw ontwikkelde zich een wijd vertakt net van veerdiensten soms wekelijks, soms dagelijks onderhouden met trekschuiten met Utrecht als verkeersknooppunt. Met grote regelmaat was er aanvoer uit het Kromme Rijngebied van land- en tuinbouwproducten. Boeren en buitenlui frequenteerden markten en winkelgebieden als aanvankelijk de Twijnstraat en vanaf 1870 tevens de Gansstraat vanwege het vaak ruimer, beter en goedkoper assortiment dan op de thuislocatie.Omstreeks 1700 was hier sprake van diverse takken van nijverheid afgestemd op het agrarische achterland.
TOLSTEEG
In Tolsteeg vond men de nodige touwslagers, zadelmakers, hoefsmeden en wagenmakers. Tot omstreeks 1900 was er tevens sprake van een indrukwekkend aantal paardenstallen en vele herbergen waarvan een aantal tevens dienst deed als veerhuis, onder meer het Wijksche Veerhuis aan de Kromme Rijn. Tolsteeg is tevens bekend vanwege de begraafplaatsen waarvan de eerste in 1830 gereed kwam op het landgoed Soes(t)bergen. Steenhouwers en bloemisten volgden. Twee takken van industrialisatie kregen aan de Ganssteeg meer ruimte: houtverwerking en asfalt. Vanaf 1870 werd de Koningsweg dé was- en bleekstraat van Utrecht met geleidelijk aan een diversiteit aan grote en kleinere wasserijen. Voor een frisse wasbeurt kon je al lang niet meer aan de andere kant van Utrecht terecht.
Peter Sprangers is secretaris van de Stichting Historische Kring Tolsteeg-Hoograven, Utrecht , doet veel historisch onderzoek en is auteur van het boek ‘Op weg naar 750 jaar Tolsteeg’. Voor geïnteresseerden is dit boek op 14 november te koop.
De lezing wordt gegeven in Zalencentrum De Brug, Kerkpad 2 in Bunnik. Iedereen is van harte welkom. De zaal is open om 19.30 uur. De lezing begint om 20.00 uur. De toegang is gratis.