Kasteel Schalkwijk in 1749
Kasteel Schalkwijk in 1749 Het Utrechts Archief - 20196

Kasteelheer Ram die indruk maakte in Schalkwijk

17 november 2021 om 08:30 Historie Houten Toen

SCHALKWIJK Kasteelheer Adriaan Ram woonde eeuwen geleden slechts 17 jaar in Schalkwijk, maar zijn naam leeft tot in de huidige tijd voort. Zo onderhouden vrijwilligers een ‘tuin van de Jonkheer Ram’, verkleedt de Schalkwijkse historicus Frans Landzaat zich als Jonkheer Ram tijdens zijn uitleg over het kasteel en er is zelfs een weg naar Jonkheer Ram genoemd. Wie is Adriaan Ram en waarom maakt hij honderden jaren later nog steeds zoveel indruk op de Schalkwijkers?

Het was rond het jaar 1630 zeker geen gemakkelijke tijd voor de Schalkwijkers. De Spanjaarden dreigden met aanvallen en plunderingen, er waren twee doorbraken van de Lekdijk, de pest lag constant op de loer en soms mislukte de oogst en dreigde er honger. Bovendien hadden de machtshebbers in Utrecht de kerk van de katholieken afgepakt, waardoor samenkomen moeilijker was. Om elkaar toch te ontmoeten werden er in boerenschuren katholieke kerkdiensten gehouden. Rondtrekkende vermomde priesters droegen de kerkmis op en verzorgden het dopen, de trouwerijen en uitvaarten. De kerk was een van de weinige lichtpuntjes voor de gewone man en vrouw.

In 1634 verschijnt de rijke Utrechter Adriaan Ram in het dorp. Deze edelman had een jaar eerder al het gerecht Tull en ’t Waal gekocht en droeg daardoor de titel ‘Heer van Tuyll’. Vervolgens koopt hij kasteel Schalkwijk, een indrukwekkende versterking langs de huidige Tetwijkseweg, waar nu de Schalkwijkse ijsbaan is. Ram is afkomstig uit een katholieke adellijke familie en is het niet eens met de geloofsregels die de machthebbers in de stad Utrecht hebben uitgesproken. Hij past dan ook goed bij het opstandige katholieke Schalkwijk.

Toch is Adriaan Ram in eerste instantie vooral met zichzelf bezig. Hij is op zoek naar een vrouw en zijn oog valt op Margaretha Pauw. Hij belooft haar te trouwen en samen krijgen ze een kind. Maar de liefde duurt niet lang, want in 1638 gaat Adriaan Ram met een andere vrouw aan de haal. Op 28 juli 1638 trouwt hij met Margaretha van Isendoorn a Blois. Van de eerste Margaretha en de buitenechtelijke dochter Beatrix wil hij niets meer weten.

SCHUILKERK
Nu hij een kasteel en een gezin heeft, richt Adriaan Ram zich op zijn strijd. In mei 1640 koopt hij een tweede kasteel. Dit keer gaat het om het stadskasteel Clarenburg in Utrecht. Hier wordt een schuilkerk ingericht die de naam Maria Minor draagt. De kerk is bedoeld voor de parochianen van de Utrechtse Buurkerk.

Ook in kasteel Schalkwijk wordt een privékerkje ingericht. De katholieke adel heeft deze privilege zodat in dit geval de kleine Rammetjes een katholieke opvoeding kunnen krijgen. Uit de Schalkwijkse Brinkkerk wordt de doopvont gehaald, waardoor de rondtrekkende priester Dirk van der Horst ook de kinderen kan dopen. Van deze priester is bekend dat hij ook veel verbleef op het kasteel. Het was groot genoeg en bovendien veilig.

Ondertussen is het gerecht Schalkwijk in handen gekomen van de 6-jarige Heinrich Wolrad van Waldeck Eisenberg en zijn familie. Die wil er vanaf en Adriaan Ram heeft interesse. Eind 1647 verkoopt hij het stadskasteel in Utrecht en na betaling van 19.500 Carolusguldens is hij bezitter van het gerecht Schalkwijk. Hij heeft dan zo’n beetje de rechten over het hele ‘Eiland van Schalkwijk’. Er wordt een nieuwe schout aangesteld die het de katholieken niet te lastig zal maken. Bovendien gaat de privékerk op het kasteel steeds vaker open voor de dorpelingen. Dit tot grote onvrede van de dominee die zijn potentiële gelovigen naar de concurrent ziet gaan. De dominee doet zijn beklag en uiteindelijk grijpen de Staten van Utrecht in.

BESTORMING KASTEEL 1 juni 1651 is een zwarte dag voor Adriaan Ram. Tijdens de zondagse kerkmis verschijnt maarschalk Johan Strick heer van Linschoten voor het Schalkwijkse kasteel. Hij wil een eind maken aan de katholieke kerkdienst, maar de valbrug van het kasteel is opgehaald. De maarschalk eist vijf keer dat hij wordt toegelaten. Wanneer dit negatief wordt beantwoord, probeert hij met ladders en planken het kasteel binnen te komen. De aanwezigen in het kasteel pakken de spiesen, lansen en andere wapens die aan de muur hangen en besluiten het kasteel te verdedigen. Een stenenregen vanaf het kasteel volgt op de aanvallers en een gerechtsdienaar krijgt een spies door zijn hoofd. Hij raakt zwaargewond en de maarschalk trekt zich terug.

Later op de dag verschijnt de maarschalk met Utrechtse soldaten opnieuw in Schalkwijk. Ze worden opgewacht door boze Schalkwijkers die primitief bewapend zijn. Het kasteel wordt veroverd en zo’n 90 inwoners van Schalkwijk en omliggende dorpen worden afgevoerd naar Utrecht. Ook kasteelheer Adriaan Ram zit daarbij en wordt veroordeeld tot verbanning en een boete. Verder moet de ophaalbrug worden vervangen in een vaste brug en moet de toren waarin de schuilkerk was geplaatst worden afgebroken. Adriaan Ram vestigt zich in Vianen. Een jaar later wordt geconstateerd dat de afgebroken kasteeltoren weer wordt herbouwd. In Utrecht volgt een nieuwe zaak en Adriaan Ram verliest voor het leven zijn rechten over het gerecht Schalkwijk.

NAZATEN ADRIAAN RAM
In november 1663 sterft Adriaan Ram. Zijn zoon Alard is de nieuwe eigenaar van het gerecht Schalkwijk. In hoeverre Alard het katholieke geloof heeft gesteund is onbekend, maar als dit gebeurde was het diep geheim. De zoon van Alard wordt Aartspriester, waardoor duidelijk is dat het katholieke geloof binnen de familie hoog in het vaandel is blijven staan. Dat blijkt ook wanneer in de negentiende eeuw één van de nazaten van Jonkheer Ram een belangrijke functie binnen de katholieke kerk krijgt. Deze Cornelius Ludovicus de Wijkerslooth, Heer van Schalkwijk, wordt op 45-jarige leeftijd benoemd tot eerste bisschop in het gebied der heidenen. Daarmee heeft hij tot taak de bisschoppelijke hiërarchie te herstellen boven de grote rivieren. Hij legt de basis voor het functioneren van de huidige katholieke kerk in het noorden van Nederland. Na zijn overlijden wordt hij in Schalkwijk begraven in een grafkapel. Een gebeurtenis waar de Schalkwijkers terecht trots op zijn.

De familie Ram en de nazaten (de Wijkerslooth) hebben voor de Schalkwijkers veel betekend. Als blijvende herinnering wordt op 4 oktober 1962 een deel van de Provincialeweg omgedoopt in de Jonkheer Ramweg. De Schalkwijkse historicus Piet Heijmink Liesert meldt in een biografie van Ram dat hij voortleeft als verdediger van het katholieke geloof; ,,Ram stelde zijn positie als gerechtsheer in de waagschaal in een moeilijke periode voor de katholieke Schalkwijkers”.

Kerkbestuurder Co Baas zegt dat door de aanwezigheid van Ram er weinig geloofsstrijd in het dorp is geweest. ,,De nazaten van Ram (de tak de familie Wijkerslooth) zijn ook altijd goed geweest voor de dorpelingen. Tijdens de begrafenissen van de Wijkersloothen werd steeds geld gegeven om de armen brood te geven. Dat waren soms aanzienlijke bedragen. Ook werden door de nazaten boerderijen verpacht die niet al te duur werden verkocht aan de boeren. Het gevoel voor de familie is daardoor altijd goed gebleven.”

door Frank Magdelyns

Het straatnaambord van de Jhr. Ramweg