
De plundering van Houten in 1421
13 oktober 2021 om 07:20 Historie Houten ToenHOUTEN Deze week is het 600 jaar geleden dat Houten werd geplunderd en tot de grond toe afbrandde. Inwoners die wisten te ontsnappen aan de plunderaars vluchtten naar Utrecht en Schalkwijk.
Het is 14 oktober 1421 in Houten. Het dorp Houten bestaat uit een stenen kerkgebouw met een brink. Rond dit dorpspleintje staan houten huizen met daken van stro. In de wijde omgeving staan verspreid in het landschap boerderijen.
De inwoners van het dorp doen deze dag hun dagelijkse dingen. De oogst is binnengehaald en de voorbereidingen voor de winter worden gemaakt. Winter is altijd spannend in de middeleeuwen. Hoe streng wordt het winterweer en is er voldoende voedsel? Er zijn ook andere zorgen. De pest heeft weer de kop opgestoken en in de stad Utrecht sterven op één dag 100 mensen aan de ziekte.
Op deze kwade dag verschijnen er mannen met wapens in het dorp Houten. Het zijn ruiters en voetvolk die werken voor van Reinoud IV van Gelre. De mannen laten er geen gras over groeien en steken huizen en boerderijen in brand. Het vee wordt verzameld en geroofd. Alles wat van waarde is gaat mee. Inwoners die zich verzetten of in de weg lopen worden gedood. Iedereen die kan vluchten neemt dan ook de benen naar Schalkwijk of Utrecht.
Wanneer de stad Utrecht van de plundering verneemt, zet de stad de Tolsteegpoort bij het huidige Ledig Erf open voor de aangeslagen Houtense dorpelingen. De huizen in Houten branden ondertussen als een fakkel en overal in het landschap is rook te zien. Ook de huizen in het gehucht Loerik op één kilometer afstand worden in brand gestoken, melden de kroniekschrijvers uit die tijd. Loerik is een boerengemeenschap waar boerderijen staan met goed gevulde korenschuren.
Mogelijk dat de kerk van Houten gespaard bleef, alhoewel daar geen berichten van zijn. Vrijwel niemand in Houten kan lezen of schrijven en als dit wel mogelijk was door bijvoorbeeld de pastoor, dan is er niets opgeschreven. We zijn over deze dramatische gebeurtenis dan ook volledig afhankelijk over wat de geschiedschrijvers uit de steden Utrecht en Tiel ons melden. Maar over dat Houten en omgeving in as is gelegd en het vee is geroofd, laten ze geen misverstand over bestaan. Een smeulende omgeving blijft achter.
AANLEIDING De geschiedschrijvers weten ook te melden waarom Houten en Loerik zijn platgebrand. Er woedt al twee jaar een oorlog tussen Het Sticht (Utrecht) en Van Gelre. Over en weer vinden er al maanden plunderingen en vernielingen plaats. In oktober 1421 is de 78-jarige Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim weer eens op rooftocht in het zuiden van de Veluwe. Zo blijkt dat op 8 oktober 1421 de bejaarde bisschop naar Renkum is gereden met 500 ruiters en maar liefst 6000 mannen om het dorp en omgeving te verwoesten.
De bevolking van deze plaatsen is weerloos tegen de agressie van de Utrechtse bisschop. Maar terwijl Utrecht huishoudt in het zuiden van de Veluwe, slaat Van Gelre terug door de dorpen te plunderen in Het Sticht die aan eerdere plunderingen zijn ontsnapt. Daarmee hoopt Van Gelre dat de Utrechtse bisschop zich terugtrekt van de Veluwe.
Op 14 oktober 1421 staan Houten en Amerongen op de bucketlist van Van Gelre. De wraakactie op Houten wordt niet Reinoud IV van Gelre zelf uitgevoerd. Die ligt vooral ziek op bed en kan weinig meer doen dan bevelen geven. De plunderingen op het Utrechtse platteland worden uitgevoerd door Gijsbert Pieck (Van Gelre) en de heren van Gaasbeek, van Egmond en Kuilenburg (Culemborg). Schalkwijk wordt ontzien, want daar is de heer van Kuilenburg zelf eigenaar van.
Het plunderen van Houten en Loerik betekent inkomstenverlies voor de stad Utrecht. De kloosters in de stad heffen belasting op de inkomsten van de Houtense boeren. Door Houten en Loerik plat te branden hebben de Utrechters dat jaar geen inkomsten en voedsel uit dit deel van Het Sticht.
Op 11 november wordt Wageningen in brand gestoken door Utrecht. Vlak daarna vindt de tweede Sint Elisabethvloed plaats. Door hevige storm lopen delen van Zeeland en Holland onder water en ook de rivieren in Gelderland kampen met hoog water. Er komt een eind aan de strooptochten over en weer tussen Utrecht en Gelre door de ‘Vrede van Culemborg’ op 27 juli 1422.
Reinoud IV van Gelre en de Utrechtse Bisschop Frederik van Blankenheim overlijden in 1423. De gewone man op het platteland, waaronder in Houten blijft berooid achter. Het dorp wordt herbouwd. Dat weten we omdat bekend is dat in 1452 een boerderij aan De Brink wordt verpacht. Er vinden in de eeuwen erna vaker plunderingen plaats, maar daarbij wordt Houten niet meer tot de grond toe afgebrand, zoals in 1421.
Door Frank Magdelyns
