Onder bijna alle berichtgeving over het coronavirus wordt verwezen naar contactgegevens van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Overheid, bedrijven en instellingen volgen de richtlijnen van dit instituut. Al die telefoontjes komen terecht bij de afdeling Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, waar Inge en Kata werken. 

Allebei zijn ze werkzaam als bureau webredacteur op de afdeling LCI, Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding. Normaal gesproken zitten ze tegenover elkaar. Deze afdeling coördineert de preventie en bestrijding van infectieziekten in Nederland. 

DRUKTE Plotselinge drukte is wel vaker voorgekomen bij het RIVM. Kata werkt er dertien jaar: ,,Ik heb het vaak heel druk meegemaakt. Bijvoorbeeld rond Q-koorts, Mexicaanse griep, ebola en zika. Dan werd er opgeschaald en 24/7 doorgewerkt. Maar ik heb het nog nooit eerder meegemaakt zoals nu.” Er zijn ook binnen het Rijksinstituut meer mensen bij betrokken. Kata: ,,Nu zijn er veel meer onderzoekers, epidemiologen, microbiologen, laboranten en heel veel anderen die overwerken.” 

Inge: ,,Ik werk hier zes jaar. In mijn eerste zomer kregen we met ebola te maken. Dat was al heel druk. Toen hadden mensen ook angst, vooral omdat het zo’n dodelijk virus was. Maar het was natuurlijk nog veel verder weg. Nu is het veel dichterbij.” 

VRAGEN Hun dagelijkse werkzaamheden staan geheel in het teken van COVID-19, zoals de ziekte heet die veroorzaakt wordt door het coronavirus. Kata: ,,We werken samen met het ‘veld’, dat wil zeggen de GGD’en en laboratoria en andere artsen in het land die richtlijnen en protocollen voor professionals ontwikkelen. Maar juist in een periode als deze komen er veel meer vragen.

Er wordt in Nederland ontzettend veel voorbereid en geoefend voor dergelijke uitbraken. Kata: ,,In ‘vredestijd’, als er geen uitbraak is, zijn de medewerkers bezig met het opstellen van richtlijnen om de ernst of verspreiding van allerlei infectieziekten te voorkomen op de website www.rivm.nl/lci. En draaiboeken voor verschillende typen uitbraken.” Het zal voor mensen in de zorg nog veel erger zijn

Gaandeweg is een goed systeem opgebouwd, vanuit wetenschappelijk bewijs voor wat werkt en wat niet. Kata: ,,Het is heel erg denken en werken in termen van ‘Wat als…’, terwijl de meeste scenario’s gelukkig nooit uitkomen.” Ook om COVID-19 tegen te gaan kwamen sinds de eerste signalen uit China deskundigen bij elkaar. ,,Toch moet er op het moment zelf ontzettend veel worden aangepast en ontwikkeld, op basis van informatie uit binnen- en buitenland.

PLOEGENDIENSTEN Al die informatie wordt gepubliceerd op de website, door Inge, Kata en vier anderen. Inge: ,,We werken in ploegendiensten. Twee van ons zijn op kantoor, de andere vier werken thuis. Op kantoor aanwezig zijn is belangrijk voor de spoedbijeenkomsten. Daaruit komt vaak weer informatie die op de site aangepast moet worden.”

Wat deze crisis ook anders maakt, is dat je er nergens aan ontsnapt. Inge: ,,Bij eerdere uitbraken kon ik na het werk de deur dichttrekken. Nu ontkom ik nergens aan het virus. Mijn kinderen zijn thuis, ik werk veel thuis, in de supermarkt zie je lege schappen, de buren stellen vragen, het coronavirus is er altijd en overal. Dat maakt het wel zwaarder.” Toch relativeert Inge ook meteen weer. ,,Dat zal voor mensen in de zorg nog veel erger zijn.”

Inge was blij met de speech van Rutte. ,,Hij legde heel duidelijk uit welke scenario’s er zijn en waarom we hiervoor kiezen. Hij heeft goed uitgelegd waarom we Nederland niet helemaal op slot gooien.”

GEVOEL VOOR HUMOR In plaats van tegenover elkaar, zijn Kata en Inge nu meestal zo'n zes kilometer van elkaar verwijderd. Dat is toch een stuk ongezelliger. Inge: ,,Ik mis de mogelijkheid om samen tot nog betere ideeën te komen. En ook de scherpe grapjes en het gedeelde gevoel voor humor."

door Agnes Corbeij