De zomers in Washington D.C. zijn berucht. Drukkende warmte met een hoge luchtvochtigheid. Feit dat de stad eigenlijk in een moeras is gebouwd, maakt dat het ook vergezeld gaat met veel kleine, maar heel vervelend stekende muggen. Het is hier normaal dat bij een borrel of BBQ de gastvrouw ook anti-muggenspray met deet uitdeelt.

We verschansen ons dus maar in huis. Elke huis is hier standaard uitgerust met een airco. Dat is geen overbodige luxe. Het grote risico in de zomer is wel dat door een flinke onweersbui er een boomtak op de elektriciteitsdraden valt. Dan is het zaak zo snel mogelijk een hotel te zoeken in concurrentie met je buurtbewoners. Onze airconditioning staat op 24 graden. Dat voelt zo koel dat ik een joggingbroek aan doe omdat ik het zelf koud krijg.

Toch kan ik er niet aan wennen. Binnen zitten in de zomer. Mijn gedachten gaan regelmatig terug naar de heerlijke zomers aan de Rietplas. De lange avonden in het daglicht. Muggen die gewoon luisterden naar muggenspray van de Etos.

Een voordeel heeft deze warmte wel. Je kunt lekker doorwerken, je kunt toch nergens heen, zeker nu in Covid-tijd. En slapen in de airco, dat gaat prima. Zo kunnen we straks uitgerust weer aan de schoolweken beginnen. Maar die duren nog wel even. Zes weken om precies te zijn. We zijn net op de helft. Mijn kinderen klagen niet. En hier geldt net als op een gewone vakantie: als je kinderen het maar naar de zin hebben, dan hebben de ouders het ook goed!