Het noordelijke stuk is behoorlijk drassig en hier ontwikkelde zich dan ook al snel ‘natte’ natuur, er waren poelen en een netwerk werk van kleine watergangen. Klein water warmt snel op en is een welkome biotoop voor amfibieën en insecten. In het begin is zelfs de heikikker hier waargenomen, maar helaas ook weer verdwenen. Kensoort van het gebied is nu de ringslang geworden die het hier geweldi...